In vijf stappen verantwoord smartphonegebruik ondersteunen

David Maij
26 min leestijd
15-februari-2023

Jay Borger, MSc., Dr. David Maij & Ina Brouwer, MSc.

De laatste weken wordt de druk om smartphones op scholen te verbieden flink opgevoerd, door politici (het CDA pleitte voor een verbod) en natuurlijk het filmpje van Arjen Lubach. We begrijpen die wens heel goed. Zo schreven we eerder al een genuanceerde tirade over het gevaar van smartphones voor het leerproces. Dat neemt niet weg dat het noodzakelijk blijft, eventueel naast een verbod, om leerlingen te leren verantwoord om te gaan met smartphones. Uiteindelijk is er ook een leven buiten school waarin smartphones en digitale media alomtegenwoordig zijn. Het is te eenvoudig om deze verantwoordelijkheid volledig bij ouders neer te leggen. Scholen en de thuisomgeving hebben, zoals vaker het geval is, een gedeelde verantwoordelijkheid in het onderwijzen van jongeren. Hoe gevaarlijker je de invloed van smartphones op jongeren vindt, hoe groter het belang om jongeren aan te leren er verstandig mee om te gaan. In deze blog bespreken we daarom hoe je in vijf stappen jongeren kunt begeleiden naar verantwoordelijker smartphonegebruik. De tips zijn voornamelijk gericht op docenten, maar ook nuttig voor ouders. 

 

Stap 1: Start het gesprek en verminder weerstand 

Een van de eerste ideeën die bij je opkomt om het smartphonegebruik van leerlingen te beïnvloeden is waarschijnlijk het opstellen van regels en maatregelen. Iedereen beseft dat regels en maatregelen een waardevolle rol spelen bij het begeleiden van leerlingen. Ze werken echter alleen optimaal als leerlingen ook inzien waarom die regels en maatregelen er zijn. Een verstandigere omgang met smartphones begint daarom wat ons betreft met een gesprek. Wanneer leerlingen inzichtelijker hebben dat veelvuldig smartphonegebruik naast positieve ook mogelijke negatieve effecten hebben, zullen ze zich mogelijk sneller scharen achter de maatregelen. Nu denk je vast: leuk idee zo’n gesprek, dat heb ik vaker geprobeerd, maar het enige wat ik hierdoor ervaar is nog meer weerstand van de leerling of je kind. Hier zijn we ons zeker van bewust. Daarom zullen we in deze stap ook uitleggen waar deze weerstand door ontstaat en hoe je dit kunt voorkomen en verminderen. 

 

Drie redenen waarom jongeren weerstand kunnen vertonen 

Er zijn een aantal redenen op te noemen waarom je weerstand kan verwachten bij leerlingen als je hun smartphonegebruik wilt bespreken. De eerste reden waarom leerlingen in de weerstand schieten is omdat leerlingen hun (digitale) identiteit mede verlenen aan hun smartphone. De gesprekken die ze er hebben, de platforms waar ze deel van uitmaken, de online profiel(en) die ze zorgvuldig hebben gecreëerd (denk aan TikTok, Instagram en Snapchat) en de zaken die ze kijken vormen voor een deel wie ze zijn. Veel leerlingen staan daardoor twijfelachtig in de discussie over smartphonegebruik. Ze (h)erkennen dat ze te veel op hun smartphone zitten [1], maar willen ook eigenlijk niet minderen.

De tweede reden is dat jongeren zich van nature afzetten tegen autoriteit. Meer zelfstandigheid en nieuwsgieriger zijn naar leeftijdsgenoten dan naar volwassenen met autoriteit (zoals een docent of ouders) staat in de ontwikkeling van tieners centraal. Ze staan daarom vermoedelijk argwanend tegenover pogingen van jou als volwassene. Het bedreigt hun gevoel van autonomie; juist iets dat ze willen opbouwen op die leeftijd. Die weerstand kan frustrerend zijn, maar is ook noodzakelijk in de weg naar volwassenheid. Tenslotte kunnen leerlingen moeite hebben met het inschatten van risico’s [2]. Als je het hebt over het minderen van smartphonegebruik dan geloven ze wellicht dat dit effect heeft op concentratie, alleen zullen ze de risico’s van hun eigen gebruik waarschijnlijk bagatelliseren. 

 

Laat jongeren zichzelf overtuigen met motiverende gespreksvoering

Hoe zou je dit gesprek over smartphonegebruik met leerlingen kunnen voeren zonder al te veel weerstand? Wat ons betreft is motiverende gespreksvoering een methode die daarbij kan helpen [3]. Dit is een gesprekstechniek die is ontstaan vanuit de verslavingszorg. Met motiverende gespreksvoering nodig je mensen uit zichzelf te overtuigen, want zelfovertuiging is een van de meest effectieve manieren voor gedragsverandering [3]

Voor leerlingen is zelfovertuiging extra belangrijk, aangezien zelf richting geven aan het leven een belangrijke rol speelt in deze levensfase. Vanuit dit oogpunt is het essentieel om eerst te onderzoeken in hoeverre jongeren bereid zijn om hun smartphonegedrag te veranderen. Zo kan een antwoord op de vraag 'Zou je minder afgeleid willen zijn door je smartphone?' een vrij goed beeld geven van de mate waarin het smartphonegedrag gaat veranderen in het verdere verloop van een gesprek. Het doel is dus om eerst te onderzoeken wat werkt om tot verandering te komen voordat je normen opstelt.

In essentie maak je met motiverende gespreksvoering gebruik van de volgende vijf basistechnieken, samengevat als ORBSV: 

  1. Open vragen stellen. 
    1. Dit geeft meer ruimte aan invulling van wat de leerling belangrijk vindt.
  2. Reflectief luisteren
    1. Dit zorgt ervoor dat de leerling zich begrepen voelt en dat er meer diepgang ontstaat in het gesprek.
  3. Bevestig het positieve
    1. Hiermee krijgt de leerling meer vertrouwen in eigen kunnen. 
  4. Samenvatten
    1. Dit geeft structuur aan een gesprek.
  5. Verandertaal ontlokken
    1. Dit zorgt ervoor dat leerlingen zichzelf gaan overtuigen en motiveren vóór verandering.

Motiverende gespreksvoering is niet iets dat je zomaar kunt. Mocht je je hierin willen verdiepen, dan adviseren wij je dit boek te lezen. Om je toch wat meer op weg te helpen delen we hieronder wel nog wat tips in de geest van motiverende gespreksvoering: 

  • Laat leerlingen zelf met argumenten komen waarom ze wel of niet hun smartphonegebruik moeten aanpakken. Zelfovertuiging kan voor deze groep effectief zijn. Laat leerlingen bijvoorbeeld vragen beantwoorden als: ‘Voor welke momenten vind jij het handig om je smartphone te gebruiken?’ en ‘Kun je momenten bedenken waarin je smartphone je afleidt en tot last is?’. Je kunt ook gebruik maken van stellingen zoals [4] ‘Ik gebruik m'n telefoon vaker dan ik zou willen’, ‘Ik kan prima een dag zonder telefoon’, ‘Smartphonegebruik staat in een te negatief daglicht’, ‘Ik ga wel eens bewust offline’ of ‘Er zijn mensen in mijn omgeving die vinden dat ik mijn telefoon te veel gebruik.’ Zie een voorbeeld van een slide die je kunt delen in Afbeelding 1.
  • Toon compassie. Leerlingen vinden het vaak lastig om zich tegen volwassenen te uiten. Zorg dat ze zich geaccepteerd voelen om weerstand te voorkomen. Deel bijvoorbeeld je eigen uitdagingen met je smartphone. Je moet het gevoel geven dat je in hetzelfde team zit en dat je in het gesprek slechts op onderzoek uit bent naar wat een goede omgang met de smartphone zou kunnen zijn. 
  • Toon begrip. Het tienerbrein is gevoeliger voor de vele psychologische trucjes die de smartphone apps bezitten [5,6]. Als je van leerlingen verlangt dat ze van 5 uur smartphonegebruik naar bijvoorbeeld 2 uur gaan, dan moet je er niet raar van opkijken dat dit wat irritatie, afleiding en vermoeidheid oproept bij leerlingen. Je zou het kunnen vergelijken met afkicken. En deze negatieve gevoelens zorgen logischerwijs voor weerstand. Probeer hier dus begrip voor te tonen. Geef als docent of ouder aan dat deze gevoelens vooruitgang betekenen op de weg naar minder smartphonegebruik en dat ze niet erg zijn. 
  • Houd het gesprek over smartphones overwegend positief. Bij een te negatief gesprek tonen leerlingen sneller weerstand. Probeer bijvoorbeeld zo min mogelijk over het woord ‘probleem’ te spreken. 
  • Beloningen op de korte termijn werken beter dan het benadrukken van negatieve gevolgen op de langere termijn. Focus dus ook op wat je kunt winnen als je anders met je smartphone omgaat. De positieve gevolgen op korte termijn kunnen zijn: eerder klaar met je schoolwerk en beter afleveren van schoolwerk. Probeer ook deze positieve gevolgen eerst uit de leerling zelf te laten komen. 

Stelling-voor-tijdens-de-les-om-discussie-over-smartphonegebruik-op-te-starten

Afbeelding 1. Een voorbeeld van een stelling die je in de klas kan delen om het gesprek over smartphonegebruik te starten.

 

Maakt geslacht nog uit?

Het is mogelijk dat je weleens hebt gehoord dat meisjes en jongens verschillen in hun smartphonegebruik. Als we naar de onderzoeken kijken dan zien we inderdaad dat ze op een aantal punten verschillend met hun smartphone omgaan. Zo gebruiken meisjes vaker hun smartphone dan jongens [7,8]. Ook het type apps die voornamelijk worden gebruikt door jongens en meisjes zijn verschillend. Zo gebruiken meisjes vaker sociale media apps en jongens houden meer van gamen op hun smartphone [9]. Het is nog niet eenduidig wat de redenen zijn waarom jongeren hun smartphone gebruiken [10]. Zo zouden er verschillende redenen kunnen zijn, denk aan verveling, stress of afleiding, maar door de snel veranderende functie van smartphones is dit lastig te onderzoeken. We zien wel dat doordat de smartphones (apps) steeds geavanceerder worden, jongens als ook meisjes voor steeds meer redenen hun smartphone gebruiken. Wel is het belangrijk te vermelden dat we zien dat de verschillen binnen groepen altijd groter zijn dan die tussen groepen. Dus kijken naar het individu is uiteindelijk belangrijker dan alleen te kijken naar het geslacht. Vandaar dat een coachende methode met open vragen en een begripvolle houding volgens ons een logische strategie is om in te zetten.

 

Stap 2: Bewustwording over smartphones verhogen

Nu het gesprek over smartphonegebruik gestart is kunnen we door naar de volgende stap; het verhogen van de bewustwording van leerling. Vanuit de literatuur over gedragsverandering weten we dat als je je niet bewust bent van je eigen gedrag het moeilijker is om dit te veranderen [11]. Als jongeren dus niet zelf gaan bedenken of hun smartphonegedrag problematisch is of niet, dan is de kans kleiner dat ze hier stappen voor gaan ondernemen. Hoe meer het bewustzijn van jongeren groeit over de negatieve gevolgen van hun smartphonegebruik, hoe verantwoordelijker ze daarmee om kunnen gaan [12,13]. Hieronder delen we daarom tips over hoe je leerlingen op een interactieve manier bewuster kunt maken van hun smartphonegebruik. 

 

Leer ze hun eigen ideeën ontkrachten in plaats van versterken

Stel, je zou willekeurig op straat drie mensen vragen om hun persoonlijke sociale mediakanaal van bijvoorbeeld YouTube, Facebook of Instagram te bekijken en die vervolgens met die van jou te vergelijken. Wat zou je dan opvallen? Er bestaat een grote kans dat de kanalen compleet andere berichten en ideeën en daarmee een ander wereldbeeld tonen. Een van de redenen hiervoor is dat we geneigd zijn informatie te willen zien die in lijn is met onze overtuigingen, dit heet de confirmation bias [14]. Het is een slim principe van sociale mediasystemen. Schotel gebruikers voor wat ze al leuk vinden en ze blijven langer op het platform. Zo ontstaan echo-kamers. 

In veel gevallen zullen de inhoud van deze echo’s ook nog extremer worden, iets waar jongeren nog gevoeliger voor zijn dan volwassene. Je kunt jongeren bewust maken van dit principe door ze er mee te laten experimenteren. Laat leerlingen bijvoorbeeld zelf een dag steeds op hetzelfde onderwerp zoeken om vervolgens te vertellen wat er gebeurt. Je kunt leerlingen vragen of ze op zoek kunnen gaan naar informatie die hun eigen ideeën juist tegenspreekt. Zo zou je leerlingen die vóór smartphonegebruik op school zijn kunnen vragen om tegenargumenten online te vinden en andersom. Nog een manier is om leerlingen de aflevering 'De online fabeltjesfuik' van Zondag met Lubach te laten kijken, waarin Arjen Lubach dit principe uitlegt, en er dan over te praten met elkaar in de geest van motiverende gespreksvoering [15].

 

Bied pakkende informatie aan over de werking van sociale media

Hoe maak je leerlingen bewust van alle aandachttrekkende trucjes van sociale media die in een eerdere blog bespraken? Een belangrijk punt is om een open gesprek hierover te voeren aan de hand van video’s of documentaires. Jongeren informeren over de verslavende eigenschappen van smartphones kan helpen hun gedrag aan te passen [16], mits je wel rekening houdt met de besproken technieken uit stap 1. Zo zou je bijvoorbeeld de documentaire ‘The Social Dilemma’ [17], die in 2020 op Netflix uitkwam, kunnen laten zien aan leerlingen. Hierin leggen oud-medewerkers van grote internetbedrijven als Google en Facebook uit wat voor technieken er worden toegepast om sociale media verslavend te maken. We merken dat leerlingen het onprettig vinden om te leren dat aandacht opeisende technieken worden ingezet om geld aan hun te verdienen. Nadat leerlingen hiervan bewust zijn gemaakt gaan ze vaak voorzichtiger om met hun smartphonegebruik en met welke informatie ze online zetten [13]

Een andere optie, die wel wat meer tijd vergt, is leerlingen de vierdelige reeks ‘TMI’ (wat staat voor ‘too much information’) van NPO3 laten bekijken [18]. Hierin vertellen Nederlandse wetenschappers op een leuke, visuele manier hoe smartphones je aandacht trekken en vasthouden. De laatste documentaire die we kunnen aanraden heet ‘Digitale detox’ van Tegenlicht [19]. In deze documentaire gaan VPRO verslaggevers in gesprek met filosoof Hans Schnitzler, waarin hij een moreel perspectief deelt van wat smartphonegebruik met je leven kan doen inclusief tips om hier mee om te gaan. Deze is voornamelijk geschikt voor leerlingen uit de bovenbouw. 

 

Maak de gevolgen van multitasken door smartphonegebruik duidelijk 

De afleiding door smartphones reikt verder dan het klaslokaal. Een keuze tussen een leuk TikTok filmpje en het maken van huiswerk is natuurlijk snel gemaakt als leerlingen niet begeleid worden bij hun omgang met smartphones. In de eerste blog gaven we al aan dat enkel de aanwezigheid van je smartphone in dezelfde ruimte je concentratie kan beïnvloeden. Een leuke en niet al te tijdsintensieve manier om leerlingen hier bewuster van te maken kan door middel van een spelvorm. Bijvoorbeeld een vorm zou zijn om in de klas een experiment te doen. Laat leerlingen bijvoorbeeld in de les ervaren hoe het is om een opdracht te doen met hun smartphone zichtbaar aan op tafel, vergeleken met hun smartphone op vliegtuigstand in de gang. Reflecteer vervolgens aan de hand van Afbeelding 1 over multitasken: wat er precies gebeurt als je continu afgeleid wordt door je smartphone tijdens het leren (zie onze eerdere blog voor een uitgebreide uitleg over multi-tasken). Op deze manier komen ze hopelijk zelf meer tot bewustwording dat het eigenlijk niet te doen is om twee taken tegelijk te proberen te doen, zoals op je smartphone zitten en studeren. Het schoolwerk duurt zo alleen nog maar langer. Het is wel belangrijk om te beseffen dat bewustwording alleen vaak onvoldoende is om je smartphone daadwerkelijk weg te leggen tijdens schoolwerk. Zo helpt het leerlingen als ze naast bewustwording een concreet actieplan opstellen. Hierover meer in stap 4.

 

Laat leerlingen hun eigen afhankelijkheid van de smartphone onderzoeken

Het is ook mogelijk om smartphonegebruik te onderwerpen aan een schoolproject, zoals de onderzoekers Wood en Muñoz (2021) [20] deden. Zij verdeelden leerlingen in tweetallen, waarbij één van de twee 48 uur geen gebruik mocht maken van digitale media (dus ook geen tv, laptop etc.). De andere leerling is de onderzoeker die netjes bijhoudt hoe het de leerling vergaat door vragen te stellen over hun gedrag, gevoelens, aandacht, concentratie en slaap. Zo weten we bijvoorbeeld dat als leerlingen hun smartphones tijdens de pauze niet kunnen gebruiken ze eerder het contact met elkaar opzoeken [21]. Uiteindelijk maken ze samen daarna een project waarin ze beschrijven hoe afhankelijk ze zijn van digitale media en op welke manieren ze dit merken. 

 

Stap 3: Bepaal samen de digital detox maatregelen

Nu je het gesprek bent aangegaan en de bewustwording hebt vergroot, kun je samen met leerlingen nadenken over welke maatregelen ze willen toepassen om hun smartphonegebruik aan te passen. Een methode om smartphonegebruik tegen te gaan is digital detox. Dit is simpel gezegd afkicken door je smartphone, of apps daarop, voor een bepaalde tijd niet te gebruiken. In de experimenten over bewustwording hebben we hier al wat voorbeelden van gebruikt. Uit een meta-analyse (overzicht van meerdere onderzoeken) blijkt dat tijdens een digital detox depressieve klachten ook af kunnen nemen [22]. Het beste lijkt wel om niet opeens (cold turkey) je smartphone een tijd helemaal niet meer te gebruiken, maar dit rustig af te bouwen [23]. Verder is er bewijs dat op de lange termijn 1 uur minder per week op je smartphone zitten beter werkt tegen depressieve klachten, angstklachten en smartphonegebruik dan een week helemaal niet op je smartphone. Dit zou te maken kunnen hebben met de afkick achtige verschijnselen of omdat je smartphone nodig hebt voor school, familie of (bij)baan. Digital detoxing lijkt dus positieve effecten te hebben. Hieronder nemen we een aantal variaties van digital detoxing onder de loep. 

 

Een smartphoneverbod

Een voor de hand liggende manier is het volledig verbieden van smartphones op school. In verschillende landen en deelstaten zijn smartphones op scholen verboden. Ook in Nederland laait de discussie steeds meer op. De onderzoeken laten wel een redelijk duidelijk beeld zien: verbied smartphones op school en je hebt betere schoolprestaties [24]. In Engeland was dit effect het grootst voor de leerlingen die eerst onder gemiddeld presteerden, zij gingen er 14% op vooruit ten opzichte van de leerlingen die boven gemiddeld presteerde [25]. Het bleek dat leerlingen die slechter presteerden makkelijker afgeleid raakten door smartphones. Sommige leerlingen zijn van nature eerder vatbaar voor afleiding. Als je de smartphones verbiedt zou je dus ongelijkheid in klassen kunnen verkleinen. In Spanje gingen niet alleen de schoolprestaties vooruit na het verbod, ook kwam pesten minder voor op scholen waar een smartphoneverbod werd ingesteld [26]. Een enkele uitzondering kwam uit een Zweeds onderzoek. Daar werden geen verschillen gevonden tussen de scholen zonder en met smartphoneverbod [27]. Het is nog niet duidelijk waarom dit het geval was in Zweden. Een volledig verbod kan dus wenselijk zijn op school, alleen helpt het nog niet voor schoolwerk buiten de school en ook leren leerlingen er niet door hoe ze verstandig met een smartphone moeten omgaan. 

 

Een telefoontas in de klas om smartphones in te bewaren

De uitvinding van de telefoontas (zie Afbeelding 2) wordt steeds vaker naar voren geschoven om smartphonegebruik te verminderen op scholen. Leerlingen plaatsen hun smartphone hierin tot het einde van de les of tot de docent aangeeft dat de smartphone gebruikt mag worden voor een opdracht. Dit kan leerlingen helpen om het onderscheid in te zien tussen verantwoorde en minder verantwoorde momenten om op je smartphone te zitten. Voorlopig zijn er nog geen onderzoeken te vinden naar de effecten van deze methode. Anekdotische verhalen laten zien dat onrust in de les wel wat kan afnemen [28,29], maar dat leerlingen door enkel de zichtbare aanwezigheid van de telefoontas, het getril en eventuele geluidjes toch worden afgeleid. In onze eerdere blog hebben we ook verklaard waarom dit het geval is. Mocht je gebruik maken van de smartphonetas dan raden wij aan om hier als school één lijn in te trekken en leerlingen hun smartphones op de vliegtuigstand of uit te zetten als ze binnen komen. 

 

Telefoontas

Afbeelding 2. Een telefoontas die docenten bij de ingang van het klaslokaal hangen. 

 

Maak apps op smartphones minder bereikbaar en minder afleidend

Open jij ook wel eens je smartphone zonder echt door te hebben dat je dit deed? Je wacht op de trein, staat in een rij of lift en voor je het weet heb je een app geopend op je smartphone. Gemiddeld openen we 85 keer per dag de smartphone [30]. Veel van deze momenten dat je je smartphone oppakt doe je niet bewust, het is een gewoonte die erin geslopen is. We weten dat als we het moeilijker maken om een app te openen je je meer bewust wordt van de neiging om steeds je smartphone te pakken. Leerlingen kunnen bijvoorbeeld veelgebruikte apps zoals TikTok en Whatsapp op hun laatste home screen pagina of op nieuwe plekken plaatsen. Er zijn ook apps die zorgen dat andere apps moeilijk te bereiken zijn of die zorgen dat je maar een bepaalde tijd per dag op een app kan zitten. Ook kan je natuurlijk leerlingen vragen om eens een dag notificaties uit te zetten en te zien wat het effect is op hun schoolwerk. Het veranderen van je omgeving om je gedrag te sturen wordt ook wel choice architecture genoemd en is doorgaans een effectieve manier om gedrag te veranderen omdat de omgeving vaak onbewust gedrag triggert [31]. Voorbeelden van apps die hierbij helpen zijn te vinden op deze websites: 

https://www.inc.com/jeremy-goldman/6-apps-to-stop-your-smartphone-addiction.html

https://www.techpout.com/best-hide-apps-on-android-and-ios/

Je kunt de smartphone ook minder aantrekkelijk maken door de interface grijs te maken. Onderzoek laat zien dat dit ervoor kan zorgen dat leerlingen minder tijd op hun smartphone spenderen [32,33]. Als laatste kun je je ook vragen of sommige leerlingen bereid zouden zijn om apps volledig te verwijderen van hun smartphone en te ervaren wat dit met hun focus doet. 

 

De invloed van familieleden

De schermtijd van de ouders heeft een sterke invloed op de schermtijd van hun kinderen [34]. Gezinsleden spelen dus een cruciale rol in hoe kinderen omgaan met smartphones. Als ouders langer op hun mobiel zitten, gaan de kinderen dat ook doen. Het is daarom ook belangrijk ouders te betrekken bij de school, bijvoorbeeld via een ouderavond (wil je hier hulp bij? Neem contact met ons op.). Zo kan het helpen als ouders dezelfde doelen stellen als hun kinderen als het gaat om smartphonegebruik. Laat leerlingen bijvoorbeeld samen afspreken met ouders dat zij hun smartphone voor het slapen gaan in een andere kamer leggen, dat smartphones op de vliegtuigstand worden gezet tijdens het avondeten of dat er andere vaste smartphone-vrije momenten worden ingepland. Onderzoekers vonden dat hierdoor bijvoorbeeld slaap en productiviteit verbeterd worden [35]

 

Een andere nuttige manier om de negatieve effecten van smartphones, zoals agressie, te beperken is met kinderen praten over waar ze naar kijken [36]. Dit heet active mediation (vrij vertaald; actief bemiddelen). Uit onderzoek blijkt dat praten over mediagebruik het kritisch denken van kinderen stimuleert en ervoor zorgt dat het gespreksonderwerp smartphonegebruik positiever blijft [37]. Een vergelijkbare strategie is die van participatory learning (participerend leren): samen met sociale media bezig zijn en het kind de gids laten zijn. Zo kan je bijvoorbeeld vragen aan kinderen of ze gezamenlijk gedragsregels op kunnen stellen voor sociale media tijdens het eten, leren en voorafgaand aan het slapen. Door zowel van als met het kind te leren over de smartphone en sociale media, opent dit het gesprek over het onderwerp en ondersteunt dit een positieve verhouding tussen ouder en kind [38]. Ook het gesprek tussen broers en zussen over sociale media draagt bij [39].

 

Stap 4: Samen een plan opstellen

In de vorige stappen hebben we besproken hoe je het gesprek start, bewustwording vergroot en welke maatregelen ingezet kunnen worden. Als laatste is het belangrijk om een samen een concreet plan op te stellen. Mogelijk dat je bekend bent met de uitspraak ‘Wie faalt om te plannen, plant om te falen’. Dit geldt ook voor het veranderen van het smartphonegedrag. Samen doelen stellen, werken en aanmoedigen is een effectieve manier om jongeren te helpen om gezonder gedrag te vertonen [40]. Een effectief plan blijkt een concreet plan te zijn. Dus een plan waarin je precies beschrijft wat voor gedrag je van plan bent om uit te voeren. Zo’n plan staat in de psychologie ook wel bekend als een ‘implementatie intentie’ of een ‘als-dan-plan’ [41] (Zie Afbeelding 3). Twee voorbeelden hiervan zijn:

  • Als ik de school binnenkom, dan leg ik mijn smartphone in de kluis op de vliegtuigstand. 
  • Als ik na het avondeten mijn bord heb opgeruimd, dan ga ik mijn smartphone in de kast op de gang leggen op vliegtuigstand en veertig minuten aan mijn Nederlands huiswerk zitten.

 

Als-dan-plan-dat-helpt-met-gewoontevorming

Afbeelding 3. Een voorbeeld van een als-dan-plan, ook wel bekend als een implementatie intentie. 

Door het ontwikkelen en uitvoeren van deze plannen vorm je langzaam steeds meer goede smartphonegewoontes. Hoe eerder je begint met het ontwikkelen van deze gewoontes, hoe langer jongeren er profijt van hebben. Vooral omdat het brein nog zo in ontwikkeling is, is het vormen van goede gewoontes en het voorkomen van ongezonde afleidende smartphonegewoontes cruciaal. Gewoontes zijn gedragingen die volgen op een situatie (ook wel trigger) die je zo vaak hebt herhaald dat je ze automatisch, zonder erbij na te denken, uitvoert [42]. Ongeveer de helft van ons gedrag bestaat uit gewoontegedrag [43]. Het is zou voor leerlingen (en ook volwassenen) dan ook waardevol zijn om eens goed na te denken over welke gewoontes je wel en niet wilt meenemen in je leven. 

Gewoontes worden gevormd tussen de associatie van een trigger (bv. ‘stress tijdens huiswerk’), gedrag (bv. ‘naar je smartphone grijpen’) en de beloning die erbij komt kijken (bv. ‘een leuk TikTok filmpje kijken’). In Afbeelding 4 is het gewoontevormingsproces te zien. Voor gewoontevorming geldt: hoe sneller de beloning volgt op het gedrag, hoe sneller gewoontes worden gevormd. App-makers spelen hierop in door continu snelle beloningen in de vorm van nieuwigheid en verrassende informatie aan te bieden. Hierdoor krijgen smartphones een verslavend karakter. Dit principe kun je ook zelf toepassen om leerlingen goede gewoontes aan te leren. Zorg dat het gewenste gedrag in de situatie (trigger) gevolgd wordt door een beloning.

LeerGewoonte-cyclus-voor-gewoontevorming

Afbeelding 4. Het gewoontevormingsproces schematisch weergegeven. 

Gewoontes worden gevormd door de herhaaldelijke associatie tussen trigger, gedrag en beloning. Wanneer leerlingen continu bij stress door huiswerk (trigger) naar hun smartphone grijpen (gedrag) om op TikTok leuke filmpjes te bekijken (beloning), dan ontwikkelen leerlingen de gewoonte om automatisch zonder erbij na te denken naar de smartphone te grijpen bij stress tijdens het huiswerk maken. 

Om het gewoontevormingsproces te ondersteunen worden de als-dan-plannen idealiter dus aangevuld met een directe beloning (Zie afbeelding 5). Hieronder zijn voorbeelden te zien: 

  • Als ik de school binnenkom (trigger), dan leg ik mijn smartphone in de kluis en op de vliegtuigstand (gedrag). Hierdoor mag ik de laatste 10 minuten eerder naar huis (beloning).
  • Als ik na het avondeten mijn bord heb opgeruimd (trigger), dan ga ik mijn smartphone in de kast leggen op vliegtuigstand en veertig minuten aan mijn Nederlands huiswerk zitten (gedrag). Tijdens het huiswerk maken luister ik mijn favoriete muziek (beloning).

Concreet-plan-om-gewoontevorming-te-helpen

Afbeelding 5. De structuur van een concreet plan met daarin de onderdelen om een gewoonte te ontwikkelen. Wanneer leerlingen een concreet plan opstellen in deze vorm is de kans groter dat ze het plan beter uitvoeren en langer volhouden.

Naast een individueel plan kan je ook een gezamenlijk plan met de klas te formuleren, bijvoorbeeld de collectieve schermtijd voor een week een uur omlaag brengen. Vraag vervolgens aan je leerlingen welke maatregelen hiervoor nodig zijn (bijv. in telefoontas of niet meenemen naar slaapkamer). Waak ervoor dat de opgestelde plannen simpel blijven en gericht op de korte termijn van bijvoorbeeld een dag of maximaal een week, aangezien reflecteren en focus nog in ontwikkeling zijn bij leerlingen. 

 

Stap 5: Een positieve insteek door vooruitgang bij te houden

Als laatste stap kan het helpen om na te denken hoe je het leuker of plezierig kan maken om de smartphone minder te gebruiken. Misschien dat je er een competitie van kan maken, door bij te houden hoeveel dagen het je al is gelukt, beloningen te geven en het vooral samen in groepjes te laten doen. Leerlingen kunnen bijvoorbeeld een competitie opzetten met gezinsleden om hun schermtijd onder een bepaald niveau te krijgen. Dit kan voor specifieke apps of voor de smartphone in het algemeen. Je kan ook samen als doel stellen om het aantal keer dat ze een app openen omlaag te brengen. Er zijn meerdere apps die bijhouden wat je doet op je smartphone (zie Afbeelding 6). Een andere techniek om de voortgang bij te houden kan zijn door een grafiek of kalender te tekenen van het smartphonegedrag. Ook kunnen er punten worden gegeven wanneer iemand een bepaalde tijd niet op de smartphone heeft gezeten. Deze punten kan je vervolgens laten omzetten in een beloning. Al deze gamificatie elementen stimuleren de ontwikkeling en het behoud van nieuw (positief) gedrag. Er zijn ook apps die beloningen geven als je minder op je smartphone zit. Zo kan je een digitaal bos in de app ‘Forest’ beter laten groeien als je steeds minder op smartphone zit.

Verschillende-apps-die-kunnen-helpen-met-je-smartphonegebruik-te-meten

Afbeelding 6. Verschillende apps en functies om eigen smartphonegedrag te meten. Leerlingen kunnen door onder andere deze apps inzicht krijgen in welke apps ze het meest gebruiken en krijgen hier binnen de app ook vaak advies over hoe ze dit gebruik omlaag kunnen krijgen. 

Alleen het opstellen van plannen is helaas vaak onvoldoende om gewoontes er goed in te slijpen. Een laatste ingrediënt dat we moeten toevoegen is het reflecteren op de plannen. Je moet dus weten of ze het plan hebben uitgevoerd en wat het ze heeft opgeleverd. Hierin volgen we het principe van de reflectiecyclus (Afbeelding 7). Vraag leerlingen dus altijd of ze hun smartphonegebruik en of plan kunnen bijhouden. Meta-analyses laten zien dat wanneer je meet of je vooruitgang boekt dat dit de kans op het behalen van je doel ook vergroot [44,45]. Laat leerlingen dus bijvoorbeeld een week bijhouden of ze hun dagelijkse doel van een halfuur minder op de smartphone zitten hebben behaald. Gebruik hiervoor één van de eerder besproken methodes om dit bijhouden leuk te houden. Tijdens de volgende les kun je weer reflecteren op de als-dan-plannen. Bepaal met de leerlingen mede aan de hand van hun schermtijd of het een geslaagd experiment was. Als een leerling of (een percentage) van de klas het doel behaalt kan daar iets leuks tegenover staan. Dat kan iets zijn als een pure chocoladereep, maar ook je naam toevoegen aan een lijst met ‘schermtijd masters’. Vooral beloningen op de korte termijn lijken voor jongeren beter te werken dan straffen op de langere termijn [46]

De-reflectiecyclus

Afbeelding 7. De reflectiecyclus schematisch weergegeven. Leerlingen stellen een als-dan-plan op (‘tijdens het huiswerk maken leg ik mijn smartphone weg op vliegtuigstand’) om vervolgens hun gedrag te meten (zie ik op de app dat mijn schermtijd omlaag is gegaan?) om daarna te reflecteren op hun als-dan-plan (‘kan ik door dit plan beter mijn aandacht bij het avondeten houden?’). 

 

Conclusie

Smartphones spelen een grote rol in het leven van leerlingen. Dit biedt zowel voor- als nadelen en smartphonegebruik van leerlingen is dus ook niet eenduidig goed of slecht te noemen. Toch klinkt de roep om een verbod, maar wellicht is dat te makkelijk. Uiteindelijk worden mensen toch blootgesteld aan smartphones. Wat ons opvalt, is het gebrek aan professionele begeleiding bij het verstandig leren omgaan met smartphones. De school is een plek waar dat óók zou moeten gebeuren en waar in ieder geval een gesprek over smartphones moet plaatsvinden. Een coachende stijl is hier essentieel in. Deze houding helpt in het proces waardoor het makkelijker wordt (1) jongeren bewust te maken over hun smartphonegebruik, (2) samen maatregelen op te stellen over smartphonegebruik, (3) hier een concreet plan over te maken en dit (4) een positief proces te maken door de verbeteringen bij te houden en te koppelen aan beloningen. 

Kan jouw school wel wat hulp gebruiken bij het stimuleren van een verantwoorder smartphonegebruik bij leerlingen? Neem dan contact via onze website, mail Info@LeerGewoonte.nl of plan direct een gesprek in.

 

Bronnen

[1] I&O research. (2019, 30 augustus). Kinderen langer achter beeldscherm dan ze zelf verantwoord vinden. Geraadpleegd van https://www.ioresearch.nl/actueel/kinderen-langer-achter-beeldscherm-dan-ze-zelf-verantwoord-vinden/ 

[2] Ellens M, (2021, 10 oktober) Mijd mobieltjes in de klas; telefoontas leidt tot minder onrust tijdens de lesuren. Eindhovens Dagblad. Geraadpleegd op 2 oktober 2022, van https://www.ed.nl/opinie/mijd-mobieltjes-in-de-klas-telefoontas-leidt-tot-minder-br-onrust-tijdens-de-lesuren~ac895c81/?referrer=https%3A%2F%2Fwww.google.com%2F&cb=7c11052890a7e8310c6c1df440114a6c&auth_rd=1

[3] Burke, B. L., Arkowitz, H., & Menchola, M. (2003). The efficacy of motivational interviewing: a meta-analysis of controlled clinical trials. Journal of consulting and clinical psychology, 71(5), 843.

[4] Luk, T. T., Wang, M. P., Shen, C., Wan, A., Chau, P. H., Oliffe, J., ... & Lam, T. H. (2018). Short version of the Smartphone Addiction Scale in Chinese adults: Psychometric properties, sociodemographic, and health behavioral correlates. Journal of behavioral addictions7(4), 1157-1165.

[5] Sherman, L. E., Payton, A. A., Hernandez, L. M., Greenfield, P. M., & Dapretto, M. (2016). The Power of the Like in Adolescence: Effects of Peer Influence on Neural and Behavioral Responses to Sociale Media. Psychological Science, 27(7), 1027–1035. https://doi.org/10.1177/0956797616645673

[6] Antheunis, M. L., & Schouten, A. P. (2011). The effects of other-generated and system-generated cues on adolescents' perceived attractiveness on sociale network sites. Journal of Computer-Mediated Communication16(3), 391-406. https://doi.org/10.1111/j.1083-6101.2011.01545.x 

[7] Andone, I., Błaszkiewicz, K., Eibes, M., Trendafilov, B., Montag, C., & Markowetz, A. (2016, September). How age and gender affect smartphone usage. In Proceedings of the 2016 ACM international joint conference on pervasive and ubiquitous computing: adjunct (pp. 9-12).

[8] Taywade, A., & Khubalkar, R. (2019). Gender differences in smartphone usage patterns of adolescents. The International Journal of Indian Psychology, 7(4), 516-523.

[9] Chen, C., Zhang, K. Z., Gong, X., Zhao, S. J., Lee, M. K., & Liang, L. (2017). Examining the effects of motives and gender differences on smartphone addiction. Computers in Human Behavior, 75, 891-902.

[10] Taywade, A., & Khubalkar, R. (2019). Gender differences in smartphone usage patterns of adolescents. The International Journal of Indian Psychology, 7(4), 516-523.

[11] Fischhoff, B. (2012). Communicating risks and benefits: An evidence based user's guide. Government Printing Office.

[12] Cha, S. S., & Seo, B. K. (2018). Smartphone use and smartphone addiction in middle school students in Korea: Prevalence, sociale networking service, and game use. Health psychology open5(1). https://doi.org/10.1177/2055102918755046 

[13] Abreu, C., & Campos, P. F. (2022, February). Raising Awareness of Smartphone Overuse among University Students: A Persuasive Systems Approach. In Informatics (Vol. 9, No. 1, p. 15). MDPI.

[14] Mao, Y., Bolouki, S., & Akyol, E. (2018). Spread of information with confirmation bias in cyber-sociale networks. IEEE Transactions on Network Science and Engineering7(2), 688-700.

[15] De online Fabeltjesfuik | Zondag met Lubach (2022, 18 oktober) YouTube. Geraadpleegd op 4 september 2022, van https://www.youtube.com/watch?v=FLoR2Spftwg&t=386s 

[16] Fisher, W. (2009). The information-motivation-behavioral skills model: A general sociale psychological approach to understanding and promoting health behavior. In J. Fisher & J. Harman (Reds.), Sociale psychological foundations of health and illness (pp. 82–106). https://doi.org/10.1002/9780470753552.ch4

[17] Augustine, R., & Xavier, M. S. (2021). A critical study on Netflix docudrama-‘The social dilemma’. Media, Culture and Society22, 24. 

[18] TMI (2019, 5 september). POW. Geraadpleegd op 6 september 2022, van https://www.youtube.com/watch?v=FLoR2Spftwg&t=386s 

[19] Digitale detox. (2022, 24 januari). VPRO. Geraadpleegd op 28 september 2022, van https://www.vpro.nl/programmas/tegenlicht/kijk/afleveringen/2022-2023/digitale-detox.html 

[20] Wood, N. T., & Muñoz, C. (2021). Unplugged: Digital detox enhances student learning. Marketing Education Review, 31(1), 14-25. https://doi.org/10.1080/10528008.2020.1836973

[21] Beneito, P., & Vicente-Chirivella, Ó. (2022). Banning mobile phones in schools: evidence from regional-level policies in Spain. Applied Economic Analysis. https://doi.org/10.1108/aea-05-2021-0112

[22] Radtke, T., Apel, T., Schenkel, K., Keller, J., & von Lindern, E. (2022). Digital detox: An effective solution in the smartphone era? A systematic literature review. Mobile Media & Communication, 10(2), 190-215. 

[23] Cheever, N. A., Rosen, L. D., Carrier, L. M., & Chavez, A. (2014). Out of sight is not out of mind: The impact of restricting wireless mobile device use on anxiety levels among low, moderate and high users. Computers in Human Behavior, 37, 290-297. 

[24] Amez, S., & Baert, S. (2020). Smartphone use and academic performance: A literature review. International Journal of Educational Research103, 101618.

[25] Beland, L. P., & Murphy, R. (2016). Ill communication: technology, distraction & student performance. Labour Economics41, 61-76. https://doi.org/10.1016/j.labeco.2016.04.004

[26] Beneito, P., & Vicente-Chirivella, Ó. (2020). Banning mobile phones at schools: Effects on bullying and academic performance. Unpublished document.

[27] Kessel, D., Hardardottir, H. L., & Tyrefors, B. (2020). The impact of banning mobile phones in Swedish secondary schools. Economics of Education Review77, 102009.

[28] Ellens M, (2021, 10 oktober) Mijd mobieltjes in de klas; telefoontas leidt tot minder onrust tijdens de lesuren. Eindhovens Dagblad. Geraadpleegd op 2 oktober 2022, van https://www.ed.nl/opinie/mijd-mobieltjes-in-de-klas-telefoontas-leidt-tot-minder-br-onrust-tijdens-de-lesuren~ac895c81/?referrer=https%3A%2F%2Fwww.google.com%2F&cb=7c11052890a7e8310c6c1df440114a6c&auth_rd=1

[29] Kersten B. & Nijtmans Hanne (2017, 12 oktober) Telefoontas aan de muur biedt uitkomst bij telefoonterreur in de klas. Algemeen Dagblad. Geraadpleegd op 20 september 2022, van https://www.ad.nl/nieuws/telefoontas-aan-de-muur-biedt-uitkomst-bij-telefoonterreur-in-de-klas~a5506011/ 

[30] Andrews, S., Ellis, D. A., Shaw, H., & Piwek, L. (2015). Beyond self-report: Tools to compare estimated and real-world smartphone use. PloS one, 10(10), e0139004. https://doi.org/10.1371/journal.pone.0139004

[31] Hollands, G. J., Shemilt, I., Marteau, T. M., Jebb, S. A., Kelly, M. P., Nakamura, R., ... & Ogilvie, D. (2013). Altering micro-environments to change population health behaviour: towards an evidence base for choice architecture interventions. BMC public health, 13(1), 1-6.

[32] Holte, A. J., & Ferraro, F. R. (2020). True colors: Grayscale setting reduces screen time in college students. The Sociale Science Journal, 1-17

[33] Holte, A. J., Giesen, D. T., & Ferraro, F. R. (2021). Color me calm: Grayscale phone setting reduces anxiety and problematic smartphone use. Current Psychology, 1-13.

[34] Lauricella, A. R., Wartella, E., & Rideout, V. J. (2015). Young children's screen time: The complex role of parent and child factors. Journal of Applied Developmental Psychology, 36, 11-17.

[35] Myers, E., Drees, E. T., & Cain, J. (2021). Student experiences with an intervention utilizing the salience principle to reduce psychological attraction to smartphones. American Journal of Pharmaceutical Education.

[36] Nathanson, A. (1999). Identifying and explaining the relationship between parental mediation and children's aggression. Communication Research, 26(6), 124–143.

[37] Fischhoff, B. (2012). Communicating risks and benefits: An evidence based user's guide. Government Printing Office.

[38] Ko, M., Choi, S., Yang, S., Lee, J., & Lee, U. (2015, September). FamiLync: facilitating participatory parental mediation of adolescents' smartphone use. In Proceedings of the 2015 ACM International Joint Conference on Pervasive and Ubiquitous Computing (pp. 867-878).

[39] Clark, L. S. (2011). Parental mediation theory for the digital age. Communication theory, 21(4), 323-343.

[40] Petosa, R. L., & Smith, L. H. (2014). Peer mentoring for health behavior change: A systematic review. American Journal of Health Education, 45(6), 351-357. 

[41] Gollwitzer, P. M., & Sheeran, P. (2006). Implementation intentions and goal achievement: A meta‐analysis of effects and processes. Advances in experimental sociale psychology, 38, 69-119. https://doi.org/10.1016/S0065-2601(06)38002-1

[42] Wood, W., & Neal, D. T. (2009). The habitual consumer. Journal of Consumer Psychology, 19(4), 579-592. doi:10.1016/j.jcps.2009.08.003

[43] Wood, W., Quinn, J. M., & Kashy, D. A. (2002). Habits in everyday life: thought, emotion, and action. Journal of personality and sociale psychology, 83(6), 1281. 

[44] Bandura, A. (2004). Health promotion by sociale cognitive means. Health education and behavior, 31 (2), 143-164. doi:10.1177/1090198104263660 

[45] Hagger, M. S., Wood, C., Stiff, C., & Chatzisarantis, N. L. D. (2010). Ego-depletion and the strength model of self-control: A meta-analysis. Psychological Bulletin, 136(4), 495-525. doi: 10.1037/a0019486 

[46] Van Duijvenvoorde, A. C., Zanolie, K., Rombouts, S. A., Raijmakers, M. E., & Crone, E. A. (2008). Evaluating the negative or valuing the positive? Neural mechanisms supporting feedback-based learning across development. Journal of Neuroscience, 28(38), 9495-9503.

Nog geen reacties

Laat ons weten wat je denkt