Motivatie in het onderwijs
De motor achter effectief leren
Benieuwd hoe je samen kunt bouwen aan een leeromgeving waarin nieuwsgierigheid, leergierigheid en eigenaarschap vanzelfsprekend worden? Dat begint bij motivatie in het onderwijs.
Met wetenschappelijk onderbouwde motivatietechnieken en praktische interventies, ontwikkeld met prof. dr. Harold Bekkering (Radboud Universiteit), help je leerlingen van passief naar actief betrokken te krijgen.
Deze scholen hebben wij geholpen met motivatie
Benieuwd hoe jouw lesgeven of jouw school scoort op motivatie?
Ontvang gratis een mini-rapport op basis van 8 vragen. Je ziet hoe jouw score zich verhoudt tot een referentiegemiddelde uit eerdere scans bij docenten/scholen. Binnen 5 werkdagen ontvang je een mini-rapport (PDF) met een korte duiding en eerste adviezen.
Maak motivatie vanzelfsprekend in jullie school
We combineren wetenschappelijke inzichten met praktische werkvormen, zodat teams zélf een motiverende leeromgeving kunnen creëren.
3-daagse opleiding motiverende gespreksvoering
Leer hoe je intrinsieke motivatie aanwakkert, weerstand vermindert en samen met leerlingen concrete stappen zet naar verandering.
MT-bijeenkomsten
Een reeks praktijksessies waarin je MT aan de slag gaat met leiding geven aan de transitie naar motivatie in het onderwijs.
Workshops, traingen & lezingen
Van studiedagen tot teamtraining: praktische werkvormen waarmee docenten motivatie stimuleren in hun lessen, met wetenschap.
Onderzoek
Met klasobservaties en/of vragenlijsten brengen we in kaart hoe motiverend het didactisch handelen is in jullie school. Concreet advies met duidelijke groeikansen.
Gratis boek voor schoolleiders
Leer hoe nieuwsgierigheid en voorkennis het brein activeren en motivatie versterken. Ontvang het boek De lerende mens van o.a. prof. dr. Harold Bekkering gratis.
Gratis boek voor onderwijsleiders: "De lerende mens"
Ontdek hoe nieuwsgierigheid, voorkennis en betekenisvolle verschillen het brein in beweging zetten. Als schoolleider kun je gratis het boek De lerende mens van prof. dr. Harold Bekkering ontvangen. Hét boek dat laat zien hoe leren écht werkt.
In dit boek lees je:
- Hoe het brein leert door voorspellen, verrast worden en verdiepen
- Waarom motivatie groeit als nieuwe informatie aansluit bij voorkennis
- Wat nieuwsgierigheid volgens neurowetenschap zo'n krachtige motor maakt
- Hoe je "voorspellingsfouten" inzet om leerlingen te activeren
- Praktische voorbeelden voor lessen en gesprekken die wél werken
Alleen voor schoolleiders of verantwoordelijken voor schoolbrede implementatie van onderwijskwaliteit. Maximaal één exemplaar per onderwijsinstelling.
De wetenschap achter motivatie
Motivatie stokt meestal niet omdat leerlingen "niet willen", maar omdat de leeromgeving niet aansluit bij hoe het brein van nature leert. Uit diverse onderzoeksstromingen (waaronder neurowetenschap, motivatiepsychologie en onderwijsleerpsychologie) blijkt dat drie factoren hierbij een centrale rol spelen.
1. De les sluit onvoldoende aan bij de voorkennis van leerlingen
Veel scholen werken nog sterk docentgestuurd en curriculumgedreven. De les start bij de inhoud, niet bij de leerling. Maar uit onderzoek weten we dat het brein informatie veel eenvoudiger opslaat als het aansluit bij bestaande mentale modellen. Wanneer die aansluiting ontbreekt:
- voelt leren moeilijk of zinloos
- ontstaat er geen nieuwsgierigheid
- lukt het brein niet om nieuwe voorspellingen te vormen
- ontstaat er weinig of geen motivatie
Voorkennis is dus geen luxe – het is de brandstof voor motivatie én leren.
2. Er ontstaan te weinig betekenisvolle "voorspellingsfouten" (verwondering / nieuwsgierigheid)
Volgens moderne leermodellen (predictive processing) is het brein een voorspellingsmachine: het probeert voortdurend te raden wat er gaat gebeuren (zie ook Harold Bekkerings boek – De lerende mens). Leren gebeurt wanneer die voorspelling niet klopt – een kleine verrassende mismatch. Dan ontstaat:
- verwondering
- nieuwsgierigheid
- aandacht
- intrinsieke motivatie
In veel onderwijssettings wordt informatie echter lineair en "af" aangeboden, waardoor er weinig ruimte is voor ontdekkende, prikkelende discrepanties. Geen verrassing = geen motivatieprikkel.
3. Onderwijs staat regelmatig haaks op wat motivationele theorieën ons vertellen
Onderwijs is historisch vooral ingericht op zenden, toetsen en herhalen – een model dat efficiënt is voor organisatie, maar niet altijd voor motivatie. Verschillende invloedrijke motivationele theorieën laten zien dat motivatie juist groeit wanneer leerlingen:
- actief betekenis construeren (constructivisme)
- autonomie, verbondenheid en eigenaarschap ervaren (zelfdeterminatietheorie)
- nieuwsgierigheid ontwikkelen vanuit kleine cognitieve discrepanties (predictive processing, interesseontwikkeling)
- doelen stellen die haalbaar, concreet en betekenisvol zijn (goal-setting theory)
Motivatie komt van het Latijnse woord 'movere', wat 'bewegen' betekent. Motivatie is de drijvende kracht achter menselijk gedrag – het is wat ons in beweging brengt en houdt.
In de onderwijscontext is het de energie die leerlingen aanzet tot leren, volharden bij moeilijkheden en betrokken blijven bij het leerproces. Wetenschappelijk wordt motivatie gedefinieerd als het geheel van factoren die gedrag activeren, richten en in stand houden. Onderzoek toont aan dat gemotiveerde leerlingen niet alleen beter presteren, maar ook dieper leren en meer plezier ervaren tijdens het leerproces.
In een meta-analyse werd gekeken naar de effectiviteit van verschillende motivationele theorieën op de leerprestaties (Lazowski en Hulleman, 2016). De effectiefste vier worden hieronder genoemd.
Transformatieve ervaringen
Deze benadering focust op het creëren van leerervaringen die zo betekenisvol zijn dat ze de manier waarop leerlingen de wereld zien veranderen. Wanneer leerlingen ontdekken hoe concepten relevant zijn voor hun dagelijks leven, verhoogt dit hun intrinsieke motivatie aanzienlijk.
Zelfdeterminatietheorie
De bekendste motivationele theorie in het onderwijs (Deci & Ryan, 2001) is de zelfdeterminatietheorie, ook wel bekend als het CAR-model. Het richt zich op drie fundamentele psychologische behoeften: autonomie, competentie en verbondenheid. Belangrijk hierbij is dat het gaat om gevoelens – een leerling moet zich autonoom voelen, niet alleen objectief keuzevrijheid hebben. Wanneer de gevoelsbehoeften beter worden vervuld, verschuift motivatie van extern gereguleerd naar geïnternaliseerd.
Interesses
Persoonlijke interesse heeft een belangrijke invloed op de motivatie en het leerrendement. Onderzoekers onderscheiden situationele interesse (tijdelijk gewekt door de context) en individuele interesse (een stabiele voorkeur). Het ontwikkelen van duurzame interesse bij leerlingen is een krachtige motivatiestrategie.
Goal-setting theorie
De goal-setting theory van Locke en Latham laat zien dat er vijf principes zijn waarmee doelen motiverend worden:
- Formuleer concrete, meetbare doelen in plaats van vage intenties ("Los 8 van de 10 opgaven correct op" i.p.v. "Doe je best")
- Zorg dat doelen uitdagend maar haalbaar zijn – te makkelijk leidt tot verveling, te moeilijk tot opgeven
- Betrek leerlingen bij het opstellen van hun eigen doelen zodat ze er eigenaarschap over voelen
- Geef regelmatig feedback op de voortgang richting het doel
- Deel complexe taken op in kleinere, haalbare subdoelen
Door deze principes toe te passen, help je leerlingen een duidelijk pad te zien naar succes, wat hun motivatie en doorzettingsvermogen aanzienlijk versterkt.
Het ontwikkelen van een professionele schoolcultuur begint bij voorbeeldgedrag. Als geen ander heeft de schoolleiding met haar positie aanzien in de school. Dit aanzien is een van de krachtigste instrumenten om de schoolcultuur te beïnvloeden.
Maar voorbeeldgedrag alleen is niet genoeg. Het is nodig dat professionals elkaar durven aan te spreken op hun functioneren. Vaak wordt gedacht dat er eerst aan 'veiligheid' moeten worden gewerkt, maar werken aan aanspreken máákt dat de werkomgeving veiliger wordt.
Om goed te kunnen aanspreken is er een heldere koers nodig met concrete verwachtingen over professioneel gedrag.
Drie essentiële elementen zijn dus nodig:
- Voorbeeldgedrag van leiding die stuurt op ontwikkeling in plaats van beheersing
- Een cultuur waarin professionals elkaar durven aan te spreken op hun functioneren
- Een duidelijke koers met concrete verwachtingen over professioneel gedrag
Onderzoek toont consistent aan dat motivatie en leeropbrengsten nauw met elkaar verbonden zijn. Gemotiveerde leerlingen tonen:
- Betere academische prestaties: Meta-analyses laten zien dat motivatie-interventies leiden tot meetbaar hogere cijfers en testscores (Lazowski & Hulleman, 2016). Gemiddeld hebben deze interventies een effect size van d=0.49, wat wijst op een middelgroot tot groot effect.
- Diepere verwerking van leerstof: Intrinsiek gemotiveerde leerlingen zijn meer geneigd om diepe leerstrategieën te gebruiken, kritisch te denken en verbanden te leggen tussen concepten, in plaats van oppervlakkig te leren.
- Meer doorzettingsvermogen: Bij tegenslag of moeilijke taken houden gemotiveerde leerlingen langer vol. Dit is vooral zichtbaar bij leerlingen met een mastery-oriëntatie (gericht op leren en verbeteren) in plaats van een prestatie-vermijdingsoriëntatie.
- Lagere uitval en verzuim: Onderzoek toont aan dat motivatiebevorderende interventies leiden tot minder schoolverzuim en een lager uitvalpercentage, wat wijst op een sterkere binding met het onderwijs.
- Langdurige effecten: Positieve motivatie-ervaringen tijdens de schooljaren kunnen leiden tot een levenslange leerhouding en beter welzijn.
Belangrijk hierbij is dat het type motivatie invloed heeft op het type leeropbrengsten. Extrinsiek gemotiveerde leerlingen (die leren voor een cijfer of beloning) kunnen goede resultaten behalen op korte termijn, maar intrinsiek gemotiveerde leerlingen (die leren vanuit interesse of persoonlijke waarde) tonen duurzamere leerresultaten en meer creatieve oplossingen.
Scholen die succesvol inzetten op motivatiebevordering zien hun investering dus direct terug in concrete onderwijsopbrengsten. Motivatie is daarmee geen "zachte" factor, maar een cruciale voorwaarde voor effectief onderwijs en optimale ontwikkeling van leerlingen.
Het effectief stimuleren van motivatie in de onderwijspraktijk vereist een doordachte, wetenschappelijk onderbouwde aanpak:
- Begrip van motivatietheorieën: Kennis van fundamentele theorieën helpt docenten bewuste didactische keuzes te maken (Howard et al., 2021).
- Autonomie-ondersteuning: Bied keuzemogelijkheden binnen duidelijke kaders en stimuleer eigenaarschap van het leerproces, wat de intrinsieke motivatie versterkt (Reeve & Cheon, 2021).
- Nieuwsgierigheid bevorderen: Wek nieuwsgierigheid door prikkelende vragen, kennisleemtes en verrassende informatie. Het curiosity-gap model toont dat optimale discrepanties tussen bestaande kennis en nieuwe informatie de leermotivatie verhogen (Shin & Kim, 2019). Informatie wordt bovendien beter opgeslagen als leerlingen nieuwsgierig zijn naar het antwoord op een vraag. Het mooie is dat je bij iedere vraag kunt starten waar een kind nieuwsgierig naar is en vanuit daar naar andere onderwerpen gaan (dit legt onze collega prof. Harold Bekkering sterk uit in deze lezing).
- Persoonlijke leerdoelen: Help leerlingen betekenisvolle, persoonlijke doelen te formuleren. Doelen die aansluiten bij persoonlijke waarden leiden tot hogere motivatie en betere prestaties (Vansteenkiste et al., 2018). Juist hierom is het mooi om te beginnen met vragen waar leerlingen zelf mee zitten.
- Motiverende gespreksvoering: Pas technieken uit motiverende gespreksvoering toe (open vragen, reflectief luisteren, bevestigen) om intrinsieke motivatie te activeren en veranderingstaal te stimuleren (Vasquez et al., 2022). Onze collega Matijs van Eijnden is expert op dit gebied.
- Groei-georiënteerde feedback: Geef feedback gericht op het proces en de inspanning, niet op persoonlijke eigenschappen. Dit bevordert een groeimindset en doorzettingsvermogen (Yeager et al., 2019). Het hele concept formatief handelen is hierop voortgebouwd.
- Relevantie verduidelijken: Maak expliciet waarom leerstof betekenisvol is, waarbij je aansluit bij de persoonlijke interesses en toekomstperspectieven van leerlingen (Priniski et al., 2018).
- Competentie-ondersteuning: Zorg voor optimale uitdaging en scaffolding zodat leerlingen succeservaringen opdoen die hun gevoel van bekwaamheid versterken (Wang et al., 2019). Successen behalen is een van de krachtigste manieren om door te willen zetten.
Het onderscheid tussen intrinsieke en extrinsieke motivatie is cruciaal voor effectief onderwijs. Intrinsieke motivatie komt voort uit persoonlijke interesse en plezier in de activiteit zelf, terwijl extrinsieke motivatie wordt gedreven door externe beloningen of consequenties.
De waarde van intrinsieke motivatie
Onderzoek toont overtuigend aan dat intrinsieke motivatie leidt tot:
- Diepere verwerking van leerstof
- Grotere creativiteit en flexibiliteit
- Meer doorzettingsvermogen bij obstakels
- Betere prestaties op lange termijn
De complexe rol van extrinsieke motivatie
Extrinsieke motivatoren zoals cijfers, beloningen of consequenties kunnen echter een tweesnijdend zwaard zijn:
- Ze kunnen op korte termijn effectief zijn om gedrag te starten. Het kan dienen als een 'motor' om gedrag in gang te zetten.
- Maar ze kunnen intrinsieke motivatie ondermijnen wanneer ze als controlerend worden ervaren. Vooral cijfers hebben dit negatieve, controlerende effect.
Praktische richtlijnen voor de juiste balans
- Begin waar de leerling is: Sommige leerlingen hebben aanvankelijk extrinsieke prikkels nodig om in beweging te komen.
- Bouw geleidelijk af: Verschuif stapsgewijs van externe prikkels naar meer intrinsieke drijfveren door de relevantie en betekenis van leertaken te benadrukken.
- Maak beloningen informatief: Als je beloont, koppel het dan aan competentie en inspanning, niet alleen aan uitkomsten: "Je krijgt deze erkenning omdat je doorzette toen het moeilijk werd."
- Geef onverwachte waardering: Spontane erkenning ondermijnt intrinsieke motivatie minder dan vooraf aangekondigde beloningen.
- Vermijd controlerend taalgebruik: Woorden als "moet", "hoort" en "verplicht" versterken externe motivatie, terwijl taal als "zou kunnen", "uitproberen" en "uitdaging" autonomie ondersteunt.
- Gebruik formatieve feedback in plaats van cijfers: Regelmatige kwalitatieve feedback over de voortgang werkt beter voor motivatie dan louter summatieve beoordelingen. Lees hier meer over de relatie tussen motivatie en formatief handelen.
Artikelen en tips over motivatie in leren
Van theorie tot praktijk! Bij LeerGewoonte delen we waardevolle inzichten en praktische tips om motivatie te vergroten en leren boeiender te maken.

Motiverende gespreksvoering in het onderwijs: Een startersgids voor docenten

Motivatie en formatief handelen – een gouden combinatie? Deel 1: theoretische onderbouwing

Motivatie en formatief handelen – een gouden combinatie? Deel 2: Motivatie integreren in formatief handelen met praktische tips.

Welke subsidies en vergoedingen zijn er voor onze trainingen en opleidingen?

Smartphones en het leerproces; een last of lust?

Activerend onderwijs – Het geheim voor betrokken leerlingen en studenten

Jongeren ondersteunen bij keuzevrijheid - hier moet je aan denken

Motiveer leerlingen en studenten voor leerdoelen aan de hand van vijf principes van de goal setting theory Deel 2: vijf principes en praktische tools om leerdoelen motiverender te maken

Motiveer leerlingen en studenten voor leerdoelen aan de hand van vijf principes van de goal setting theory Deel 1: Motivatie, leerdoelen de goal setting theory

Waarom leerlingen niet altijd luisteren
Hoe kan je de motivatie van je school verbeteren?
De aanpak van Leergewoonte in vier bewezen stappen
Gewenste situatie (Ambitie)
Samen vertalen we de ambities naar concreet, waarneembaar gewenst gedrag. Wat betekent een professionele cultuur concreet? Wat willen we zien bij medewerkers, bij teams en bij leidinggevenden?
Huidige situatie (Situatiescan)
Samen met docenten en leidinggevenden brengen we de huidige cultuur in kaart. Dit kan met behulp van cultuuranalyses (samen met de school uitgevoerd) en gestructureerde interviews.
Verbeteren (Groeikansen)
De situatiescan maakt duidelijk welke interventie nodig is om de school in beweging te krijgen en optimaal samen te groeien. Het kan zijn dat het MT kan worden ondersteund bij het sturen op professioneel gedrag of wellicht moet het docententeam worden getraind in (durven) aanspreken.
Nieuwe situatie (Reflectie)
Een effectmeting maakt duidelijk wat de interventie heeft opgeleverd en aan welke aspecten van professioneel gedrag nog aandacht gegeven moet worden.
.png?width=580&height=101&name=LeerGewoonte-Logo%20(1).png)
.png?width=500&height=87&name=LeerGewoonte-Logo%20(1).png)
